Schoolprofiel

Algemeen

Het Willem de Zwijger College bestaat meer dan 50 jaar en heeft in die jaren zowel een traditie als een goede naam opgebouwd. Begonnen in Papendrecht als Willem de Zwijger ULO (1961) is de school door een samengaan met het Alblas College uit Alblasserdam en de Giessenmondeschool uit Hardinxveld-Giessendam uitgegroeid tot een brede, openbare scholengemeenschap voor vmbo, mavo, havo, atheneum en gymnasium.

Het College heeft vestigingen in Papendrecht en Hardinxveld-Giessendam.

De school is een begrip; generaties leerlingen én medewerkers hebben op de school geleerd, gewerkt of soms zelfs beide.

Zowel leerlingen als medewerkers kiezen met overtuiging voor ‘De Willem’ en verblijven er ook met veel plezier. De school heeft dan ook een prettig leer- en leefklimaat.

Identiteit

Het Willem de Zwijger College is een openbare school die een verscheidenheid aan levensbeschouwelijke stromingen en maatschappelijke waarden onder één dak samenbrengt.

Hieraan wordt in onderwijs en begeleiding ook aandacht besteed; openheid, toegankelijkheid, gelijkwaardigheid en respect voor elkaar zijn hierin sleutelwoorden.

Het Willem de Zwijger College wil als school het openbare karakter op drie manieren benadrukken.

  • De school is toegankelijk voor alle leerlingen ongeacht godsdienst of levensbeschouwing en weerspiegelt zo de samenleving.
  • Daarbij geeft de school onderwijs in een open én veilige omgeving.
  • Tenslotte benadrukt de school de gelijkwaardigheid van mensen, die op allerlei gebieden verschillend kunnen zijn, en draagt zij dit principe over aan de leerlingen.

Visie

De school is op dit moment volop in ontwikkeling in de richting van meer maatwerk. Najaar 2018 zal een hierbij aansluitende nieuwe missie worden geformuleerd. Wat blijft is ons krachtig profiel als ‘kansenschool’.

Dit betekent dat de school werkt met de talenten die elk kind bezit en verwacht dat kinderen er, met onze hulp, in zullen slagen een zo hoog mogelijk niveau áán te kunnen. Daarvoor zullen in de eerste plaats de school, maar ook de leerlingen en hun ouders zich moeten inspannen.

Ieder kind is anders. Om aanleg, capaciteiten en belangstelling zo goed mogelijk te ontwikkelen en de individuele ontwikkeling te verbreden, vinden wij het belangrijk om rekening te houden met deze verschillen. Het onderwijs moet voldoende ruimte kunnen bieden om de verschillen te benutten. We gaan daarbij uit van wat leerlingen kunnen en gebruiken dit om hen zo ver mogelijk te  laten reiken.

Het aanbod van lessen, oefenstof en toetsen is op niveau en onafhankelijk van de individuele docent. Dat aanbod houdt rekening met verschillen in leerstijlen van leerlingen, maar doet geen concessies aan het niveau van de opleiding.

Het aspect ‘kansenschool’ wordt in de eerste plaats in de structuur van de brugklassen gerealiseerd; elke leerling wordt op een zo hoog mogelijk niveau geplaatst en aangesproken. Daardoor krijgt elke leerling de kans om na de brugklas op een hoger niveau door te stromen. Daarnaast werkt de school op twee samenhangende terreinen aan de ontwikkeling van de talenten: de pedagogiek en de didactiek.

Het pedagogisch gebied wordt ingevuld in het aanbod van vakken, in de begeleiding door de coach en in buitenschoolse activiteiten: medewerkers en leerlingen zijn gemotiveerd het beste uit zichzelf te halen. Medewerkers stimuleren hierbij elkaar en de leerlingen. Juist wanneer leerlingen worden uitgedaagd hoger te reiken dan ‘vanzelf’ gaat, hebben zij houvast nodig. Dit houvast wordt in eerste instantie geboden door de vakkennis van en de begeleiding door de docent en de coach.

Rust, regelmaat en regels zijn hiervoor de instrumenten. Niet als keurslijf, maar wel als basis: leerlingen moeten óók met onverwachte zaken om leren gaan. Rust en routine zorgen er voor dat er meer energie en aandacht voor het leren overblijft. Regels creëren duidelijkheid.

De didactiek

In het logo van de school staat de tekst: “actief in onderwijs”. Dit is zichtbaar in de didactiek. Leerlingen worden uitgedaagd de kennis op een actieve manier te verwerven en toe te passen; docenten spelen in op verschillen in leerstijlen, niveau en interesses van leerlingen.

De ontplooiing van de leerling

Onze school heeft hoge verwachtingen van het leren door de leerling en de begeleiding daarvan door docenten, mentoren en de ouders. Goede samenwerking tussen school en thuis is hierbij uitgangspunt.

Cruciaal hierbij is het nemen van verantwoordelijkheid. Leerlingen zijn in de eerste plaats zelf verantwoordelijk voor een optimale inzet, binnen de kaders van hun vermogen. Dat betekent dat zij hard werken, op school én thuis, om hun mogelijkheden ten volle te benutten. Daarbij is het vragen van inspanning en volharding normaal, mits dit leidt tot het verwachte resultaat. Is dit niet het geval, dan wordt extra hulp geboden. Pas als de leerling voldoende inspanning levert zonder het gewenste resultaat, wordt bezien of een minder veeleisende route aan de orde is.

Onderwijskundig beleid

Het Willem de Zwijger College wil de onderwijskundige identiteit realiseren door het verzorgen van eigentijds kwaliteitsonderwijs in een veilig, ordelijk en prettig schoolklimaat. Voor iedere leerling worden kansen en condities gecreëerd om de individuele talenten tot ontwikkeling te brengen. De school stimuleert de leerling om zelf initiatief te nemen en zich verantwoordelijk te voelen voor het eigen ontwikkelingsproces. Met behulp van hun coach kunnen leerlingen een deel van hun onderwijstijd naar eigen behoefte invullen in de zogenaamde flexuren.

Het Willem de Zwijger College wil leerlingen actief bijstaan op hun weg naar volwassenheid. De school stimuleert daarbij leerlingen zich persoonlijk te ontwikkelen, zodat ze:

  • met voldoende kennis, inzicht en vaardigheden kunnen doorstromen naar het  vervolgonderwijs of naar de arbeidsmarkt.
  • zelfstandig, actief en kritisch in de maatschappij zullen staan;
  • met respect voor de medemens gaan deelnemen aan het maatschappelijk leven;

Doelen

Het Willem de Zwijger College wil de leerling een optimale ontwikkeling laten doormaken door:

  1. onderwijs te geven waarbij de leerlingen worden uitgedaagd boven zichzelf uit te stijgen;
  2. aandacht te hebben voor de begeleiding van leerlingen en de communicatie met ouders op drie terreinen: de begeleiding van het leerproces, de persoonlijke en sociale begeleiding van de leerling en de klas en de begeleiding bij de verschillende keuzes die de leerling moet maken tijdens zijn schoolloopbaan.
  3. de inrichting van het onderwijs, waarbij leertrajecten worden aangeboden waarin leerlingen zich maximaal kunnen ontplooien.
  4. binnen- en buitenlesactiviteiten te organiseren, waarbij leerlingen in hun culturele, creatieve en sportieve ontwikkeling worden gestimuleerd;
  5. te zorgen voor een goede huisvesting en het creëren van een prettige werksfeer voor alle betrokkenen.